|
Op dit moment is de nieuwe entstof tegen rhd en myxomatose definitief
geregistreerd voor de Nederlandse konijnenhouderij. De nieuwe entstof
heet Dercunimix en kan met behulp van een injectie of met behulp van een
dermojet (uitgerust met een driepuntskop) toegediend worden.
Nu zijn dan voor myxomatose de onderstaande vaccins beschikbaar:
| Lyomyxovax |
10 doses |
0,5 ml |
per konijn |
| Dervaximyxo SG 33 |
10 doses |
0,1 ml |
per konijn |
| Dervaximyxo SG 33 |
40 doses |
0,1 ml |
per konijn |
| Dercunimix |
10 doses |
0,2 ml |
per konijn |
| Dercunimix |
40 doses |
0,2 ml |
per konijn |
Deze entstoffen zijn binnen 2 uren na oplossen niet meer werkzaam. Er
mag ook geen spiritus of alcohol gebruikt worden om de naalden schoon
te maken, omdat dan de entstof kapot gaat.
Voor rhd zijn de onderstaande vaccins beschikbaar.
| Arvilap |
25 doses |
1 ml |
per konijn |
| Arvilap |
50 doses |
1 ml |
per konijn |
| Cunical |
10 doses |
0,5 ml |
per konijn |
| Dercunimix |
10 doses |
0,4 ml |
per konijn |
| Dercunimix |
40 doses |
0,4 ml |
per konijn |
Voor de toepassing in een bedrijfsmatige
konijnenhouderij moeten we verschillende strategieen toepassen.
Wanneer de status op het bedrijf niet bekend is dan kunt U eerst laten
onderzoeken of myxomatose virus aanwezig is.
Dit is mogelijk door bloed van een aantal dieren te laten onderzoeken
op de aanwezigheid van antistoffen tegen het myxomatose virus (alleen
op bedrijven waar nog nooit eerder gevaccineerd is tegen myxomatose).
Een betere onderzoeksmethode is het uitvoeren van een proefenting bij
40 konijnen. Wanneer er tussen de 10e en 15e dag na de enting symptomen
van myxomatose als rode vlekken in de oren of verdikte oogleden of gezwollen
geslachtsdelen of verdikte oogleden en soms zelfs sterfte optreedt, dan
is door de enting het atypische myxomatose virus wat rustend aanwezig
was in het konijn zich gaan vermeerderen en de bovengenoemde symptomen
gaan vertonen.
Nu de uitslag bekend is kan het nieuwe entschema uitgevoerd gaan worden.
Bij een bedrijf wat vrij is van myxomatose en nog nooit eerder geent heeft
tegen myxomatose gaat U als volgt te werk.
Alleen de nieuwe opfokvoedsters gaan geent worden in dit nieuwe schema.
Het schema is als volgt.
5 weken leeftijd bij het spenen dervaximyxo SG 33
11 weken leeftijd bij het omzetten naar opfokstal dervaximyxo SG 33
15 weken leeftijd bij het individueel zetten dercunimix of arvilap
de 11 weekse en 15 weekse enting kan ook gecombineerd worden tot
een enting op 12 weken leeftijd met dercunimix
22e dag na de 2e worp (bij palperen) dervaximyxo SG 33
22e dag na de 5e worp (bij palperen) dercunimix
22e dag na de 8e worp (bij palperen) dervaximyxo SG 33
22e dag na de 11e worp (bij palperen) dercunimix
22e dag na de 14e worp (bij palperen) dervaximyxo SG 33
22e dag na de 17e worp (bij palperen) dercunimix
22e dag na de 20e worp (bij palperen) dervaximyxo SG 33
de rammen worden als volgt geent:
5 weken leeftijd bij het spenen dervaximyxo SG 33
11 weken leeftijd bij het omzetten naar opfokstal dervaximyxo SG 33
15 weken leeftijd bij het individueel zetten dercunimix
de 11 weekse en 15 weekse enting kan ook gecombineerd worden tot een enting
op 12 weken leeftijd met dercunimix
4 maanden later dervaximyxo SG 33
4 maanden later dercunimix
4 maanden later dervaximyxo SG 33
4 maanden later dercunimix
4 maanden later dervaximyxo SG 33
en zo verder bij deze rammen (geldt ook voor rammen in een KI station)
Indien dit schema toegepast wordt voor de voedsters dan moet wel iedere
voedster elke keer bij enten worden als ze in de 2e 5e 8e etc. worp zit.
Het is ook mogelijk om de voedsters vanaf de eerste dekking op hetzelfde
schema als de rammen te zetten, waarbij elke 4 maanden een enting uitgevoerd
wordt bij alle productie dieren op die dag aanwezig in de stal. Hierbij
wordt dan elke 4 maanden gewisseld van de ene keer alleen myxomatose entstof
(dervaximyxo SG 33) en de andere keer gecombineerd rhd en myxomatose (dercunimix).
In overleg met Uw dierenarts kan een entschema gemaakt worden in afstemming
van de werkzaamheden en risico's van ziekten op Uw bedrijf.
Wanneer alleen de nieuwe opfokdieren geent worden volgens dit schema bij
het opstarten van een bedrijf dan zal bij een vervanging van 160 % van
de voedsters het gehele bedrijf op het nieuwe schema zitten na ongeveer
10 maanden. Er zijn dan geen ongeente en daarmeer geen onbeschermde productie
dieren meer aanwezig in het bedrijf.
De dervaximyxo SG 33 of de dercunimix kunnen met een injectie toegediend
worden in de basis van het oor. De duim wordt in de oorschelp gezet en
met een dunne naald wordt de entstof in de dubbele huidplooi bij de basis
van het oor gespoten.
De dervaximyxo SG 33 kan ook met de dermojet toegepast worden waarbij
een 1-gaats dermojet kop gebruikt wordt. Bij de konijnen van 5 weken of
11 weken worden beide oren genomen en wordt de dermojet aan de binnenkant
van een oor gezet. Na de enting worden dan beide oren geraakt waardoor
de enting in 4 huiden gezet wordt namelijk de binnenkant en buitenkant
van beide oren.
De dercunimix kan ook met een dermojet toegepast worden waarbij alleen
de 3-gaats dermojet kop gebruikt dient te worden. Door deze dermojet tweemaal
te gebruiken bij een konijn krijgt het dier 0,4 ml toegediend.
Bij de konijnen van 15 weken en ouder wordt de dermojet aan de binnenkant
van een oor gezet en wordt de enting tweemaal uitgevoerd. Daardoor ontstaan
er tweemaal 3 entplekjes in het oor. Dit is nodig om de juiste hoeveelheid
van de rhd component in het dier te brengen.
Indien de status van het bedrijf is, dat vele dieren duidelijke myxomatose
verschijnselen hebben en dat vele dieren sterven door de myxomatose dan
moeten andere maatregelen genomen worden.
Alle dieren met klinische verschijnselen van myxomatose dienen uit het
bedrijf verwijderd te worden.
Alle speenkonijnen dienen met dervaximyxo SG 33 geent te worden net zolang
tot er geen myxomatose gevallen meer te vinden zijn.
Ook alle voedsters en alle rammen worden geent met de dervaximyxo SG 33
of met dercunimix om zo snel mogelijk een bescherming op te bouwen. Daarna
moeten de voedsters en de rammen op het hele bedrijf elke 4 maanden opnieuw
geent worden.
De entstof lyomyxovax kan ook nog steeds toegepast worden, echter de bescherming
na injectie met deze entstof is slechts 1 maand lang. Het gebruik van
lyomyxovax in een besmette omgeving verlaagt het risico van ernstige entreacties,
terwijl toch enige immuniteit bij de nog niet door veldvirus geinfecteerde
dieren optreed. Na een proefenting ontstaan ook geen zichtbare verschijnselen
van myxomatose bij de geente dieren.
De entstof arvilap blijft een goede entstof als bescherming tegen de ziekte
rhd. Arvilap heeft echter geen beschermende werking tegen myxomatose.
Harry Arts (kijk ook op www.awi.nl/dierenarts)
12 februari 2002.
|