STUDIEDAG WRSA afdeling BELGIE 24 november 1999.
 
De eerste lijns diergeneeskundige gezondheidszorg in de bedrijfsmatige konijnenhouderij.
 
Samenvatting:

Het aantal commerciële konijnenbedrijven is de laatste jaren afgenomen. De bedrijfsgrootte daarentegen is sterk toegenomen (460 GAV per bedrijf).De consument stelt hoge eisen aan de kwaliteit en produktveiligheid van het geconsumeerde konijnenvlees. Er worden daarnaast welzijnseisen gesteld aan het houden van de dieren.

 

Al deze zaken leiden tot gespecialiseerde konijnenbedrijven met IKB erkenning (Integrale Keten Beheersing), die voer krijgen van voerfabrikanten met GMP (Good Manufacturing Practice) waardige produktie eenheden en begeleiding van GVP (Good Veterinary Practice) erkende dierenartsen, die in de nabije toekomst opgenomen worden in de lijst van erkende dierenartsen gespecialiseerd in konijnen en een register voor dierenartspecialisten voor konijnen. De dierenarts krijgt als taak vanuit de overheid de zorg voor het welzijn en aflevering van konijnenvlees zonder residuen.

De dierenarts krijgt vanuit de konijnenhouder de taak en zorg voor goede technische cijfers met een goed entbeleid en juiste medicatie.

 
Inleiding:

De vraag naar konijnenvlees hangt niet alleen meer af van de smaak en kwaliteit van het vlees. Ook aspecten als het welzijn van de dieren, de aangehouden wachttijden op medicamenten en toegediende entingen worden in de vorm van een Intregrale Keten Begeleiding (IKB) duidelijk als toegevoegde waarde aan het vlees door de consument beschouwd .De overheid moet hier op inspelen door de eisen in de vorm van Algemene Maatregels van Bestuur  (AMvB) en als verordeningen vast te leggen en ook te controleren. De konijnenhouder dient verder een MINAS boekhouding bij te houden om de aan- en afvoer van mineralen op het bedrijf te registreren en te verantwoorden. Het blijft wel mogelijk om productierechten van andere bedrijven (ook niet konijnen) te kopen om zodoende als bedrijf uit te breiden. In 1992 kregen de konijnenhouders mestproductierechten toegewezen aan de hand van aantoonbare dierbezetting in 1991 (meitelling 31 december balans).

Het zal in de toekomst noodzakelijk zijn om de mest verantwoord af te zetten en daarmee te zorgen voor minder ammoniakdepositie op bedrijfsniveau. Mest drogen en Mestverwerking  met daarbij groen label stallen zijn zaken, die leiden tot de eisen voor gerichte afzet van vlees en mest van het bedrijf. Adviezen door de dierenarts worden samen met de veevoederindustrie gegeven om te kunnen gaan voldoen aan drogere mestproduktie, waardoor de ammoniak uitstoot minder wordt. Door de toename van de Kunstmatige Inseminatie op de individuele bedrijven is de laatste 6 jaren een vooruitgang ontstaan in de resultaten van produktie en afzet van konijnen. Vooral de hygiene op de bedrijven en de bestrijding van ziekten zijn veel  sneller voorwaarts gegaan. In Nederland hebben enkele dierenartsen zich  gespecialiseerd in deze tak van de intensieve veehouderij, waardoor de aanpak van ziekten  en preventieve entschema’s hebben geleid tot betere technische resultaten. In deze bijdrage zal in het kort aandacht besteed worden aan hoe een diergeneeskundige begeleiding verloopt op een bestaand konijnenbedrijf.

De eerste lijns dierenartsen worden daarbij ondersteund door tweede en derde lijns dierenartsen.

Casuïstiek:
 
Op een bedrijf met 1200 voedsterplaatsen is een neergaande tendens te zien in de technische en daaruit voortvloeiend economische resultaten. (34 afgeleverde konijnen per Gemiddeld Aanwezige Voedster (GAV) per jaar.

Uitval voor het spenen is 24 % en uitval na spenen is 19 %)

De konijnenhouder neemt contact op met de dierenarts voor intensievere veterinaire bedrijfsbegeleiding voor zijn bedrijf.
Tijdens het bedrijfsbezoek wordt een anamnese opgesteld van de problemen.
  • de slachterij stelt voor  elke twee weken de konijnen op te halen in plaats van elke week
  • de dracht en het aantal geboren jongen bij de voedsters valt tegen  (65 % palpatie en 7,1 levend geboren jongen per worp)
 

Vaak treft men in de anamnese alleen maar problemen aan, die wijzen op incidentele omstandigheden. Alleen in studieclub verband wordt de konijnenhouder geconfronteerd met meer structurele problemen op zijn bedrijf. De vergelijking van de technische en economische resultaten tussen de bedrijven van deze studieclub onderling geeft een inzicht bij de konijnenhouder van zijn eigen TEA cijfers. Acute uitval door besmettelijke virusziekten als bijvoorbeeld RHD kan een aanleiding zijn om een dierenarts te roepen voor regelmatige bedrijfsbegeleiding. Intensieve begeleiding door de dierenarts gespecialiseerd op konijnengezondheidszorg maakt het mogelijk om ook chronische, subklinische problemen op te sporen en daarna tot een oplossing toe te werken.

Tijdens de anamnese worden de hygiënesluis, de fokafdelingen, de mestafdelingen, de opfokafdelingen en ruimtes voor voeropslag, de Kunstmatige Inseminatie, de reiniging en ontsmettings ruimten bezocht. Steeds meer konijnenhouders hebben een computer met een management programma op hun bedrijf. De individuele voedsterkaarten verdwijnen uit de stallen en  werklijsten  worden uitgedraaid. De werkzaamheden  worden verricht naar hoknummers.

Er wordt gefokt in groepen. De rietjes voor de KI worden betrokken van een KI station met IKB erkenning en ingeschreven bij de Rijksdienst voor Vee en Vlees (RVV). Er wordt slechts 1 groep per 3 weken Een deel van de gespeende konijnen wordt verkocht aan bedrijven, die zich uitsluitend toegelegd hebben op de mesterij. aangehouden. Ook verschillende afmestbedrijven  hebben door de nieuwe maatregelen gesteld door de welzijnscomissie besloten om de vleeskonijnen te houden in groepen van 30 tot wel 100 konijnen per hok. Doordat het KI station jaarlijks nieuwe hybride rammen kan aanschaffen zal de groei en uniformiteit bij de vleeskonijnen ook sneller vooruitgaan.

 

De dierenarts adviseert het KI station in de aanschaf van de verschillende hybriden rammen. Momenteel zijn in Nederland 5 hybriden beschikbaar met elk een aparte voedsterlijn en verschillende rammenlijnen (lichte en zware lijnen, gekleurde en witte dieren).

 
Bij de rondgang op het bedrijf wordt gelet:
  • gezondheidstoestand van de dieren
  • klinische verschijnselen van de zieke en afwijkende dieren met sectie op deze dieren
  • klimaat (ventilatiesystemen)
  • conditie van de opfokvoedsters, de leeftijd van 1e dekking,
  • gewichten  en aantal van de jongen op dag 1 en dag 21 en speenleeftijd, uitval voor en na spenen
  • inrichting van de stal en de opzet van de afdelingen
  • inrichting van de kooien, vooral de nippelhoogte en voerbakhoogte  bij de nestkastkooien en de bezetting van de vleeskonijnen
  • hygiëne maatregelen
  • soorten voer en waterkwaliteit
Bij dit denkbeeldig bedrijf komen de volgende zaken naar voren:
  • veel konijnen hebben snotneuzen, af en toe niesgeluiden in de afdeling gepaard met verhoogde uitval. Het ammoniakgehalte bleek in vele afdelingen wel 14 tot 20 ppm te zijn. De minimum ventilatie stond nog ingesteld op 21 oC, wat in de zomer goed is, maar voor de herfst te hoog is.
  • bij de vleeskonijnen is 1 week na opzet acute dunne gele diarree te zien, waarbij de bodems bevuild worden.
  • Hygiëne komt tot uiting in het aanwezig zijn van bedrijfskleding en bedrijfschoeisel. Er is een hygiënesluis aanwezig met desinfectiebak aan de ingang. Er is een stofzuiger aanwezig voor stof en wol op de kooien en afzuigen van stof van het pelletvoer. Het destructie vat staat in een koeling. Er is een ongedierte bestrijdingsplan aanwezig. Ook het erf rondom de stallen is volledig verhard.
  • De entstoffen voor rhd (arvilap) en myxomatose (lyomyxovax) worden opgeslagen in een koelkast, die afgesloten kan worden
  • Klimaat: het ammoniak gehalte in de verschillende afdelingen varieert van 8 ppm tot wel 25 ppm. De temperatuur is afgesteld op de  leeftijd van de konijnen in de stal. De instelling van de computer wordt doorgenomen, waarbij gelet wordt op de bandbreedte, de min ingestelde temperatuur, de minimum en maximum ventilatie en de werkelijke ventilatie. Ook wordt in de ventilatiekokers gekeken of er geen haren en stof de uitlaat gedeeltelijk verstopt hebben.
 

Verschillende konijnen worden meegenomen naar een ruimte om er sectie op uit te voeren. De dieren worden levend meegenomen en de uitval van die dag wordt meegenomen. De levende dieren worden geeuthenaseerd.. Tijdens de sectie wordt gelet op alle belangrijke organen als luchtpijp, longen, lever, darmen, hart: de luchtpijp wordt opengemaakt, de neus wordt opengeknipt en het darmpakket wordt er uit gehaald en terzijde gelegd.. De darmen worden opengeknipt en de inhoud wordt bekeken op aanwezigheid van levende aarswormen (Passalurus ambiguus).

Onder de microscoop worden afkrabsels bekeken van de uitwendige gehoorgang, de dunne darmwand, de blinde darmwand. Er wordt gelet op oorschurftmijten, coccidiose soorten, gisten, flagellaten en wormlarven of worm eitjes. Witte haardjes in de lever worden gecontroleerd op aanwezigheid van levercoccidiose of een ziekte van Tyzzer infectie. Door een waterstraaltje ophet kapsel van de vrijgemaakte nier te laten lopen kan men op het bedrijf de verdachte diagnose Clostridium uitzoeken. Bij de sectie van voedsters wordt gelet op de baarmoederinhoud en de aard van de jongen. Bij de rammen voor de KI wordt  het sperma beoordeeld onder de microscoop.

 
In de afdelingen wordt het klimaat beoordeeld aan de hand van metingen:
  • ammoniak gehalte NH3 (norm maximaal 10 ppm)
  • kooldioxide gehalte CO2 (norm maximaal 0,10 %)
  • luchtsnelheid bij de dieren  (norm maximaal 0,1 m/sec bij temperatuur lager dan 17 oC)
  • luchtbeweging door middel van leggen van rookgordijnen, ventilatiepatroon
  • luchtinlaat meten 1,2 cm2 per m3 luchtuitlaat, luchtuitlaat 1 tot 4 m3 lucht per kg konijn per uur
  • lichtsterkte en lichtduur per afdeling ( 40 lux bij het konijn, gedurende 16 uren per dag)
  • controle van de afdelingscomputer voor de besturing van het toerental van de ventilator, de bandbreedte, de minimum ingestelde temperatuur, de temperatuur, de verwarming
  • relatieve vochtigheid (norm 55 tot 75 %)
Het management van de konijnenhouder wordt besproken:
  • werken met groepen  voedsters in afdelingen, werken in een roulatiesysteem of 42 dagen systeem
  • verplaatsen van de voedsters naar een nieuwe fokafdeling of verplaatsen van de vleeskonijnen naar een schone afdeling, het verwijderen van de nestkasten wordt besproken en eventueel het wegen van konijnen (speengewicht 35 dagen: 1 kg, gewicht op 21 dagen: 300 gram, maat voor melkproduktie voedsters)
  • fokschema: de dekfrequentie van de rammen, toepassing van KI
  • bezettingsgraad van de mestafdelingen met daarbij de frequentie van het schoonmaken en desinfecteren van de afdelingen en de individuele kooien, eventueel groepskooien.
  • het gebruik van stro,  zaagsel, boekweitdoppen, papieren bodems, dubbele bodems in nestkasten, strooien van talkpoeder in de nesten, houten, ijzeren of kunststoffen nestkasten, individueel of gezamenlijk gebruik van de nestkasten door de voedsters, dagelijkse nestcontrole met afsluiting of wekelijkse nestcontrole.
  • tijdstippen van voeren, dekken, palperen, verwijderen en aanhangen van de nestkasten
  • toepassing van antibiotica en chemotherapeutica bij (nest)diarree, huidontstekingen, oorschurft, melkziekte, acetonaemie, weeënzwakte, ademhalingsproblemen, gezondheidsprogramma
  • hygiënogram na ontsmetten in de stal, antibiogram en uitslagen van secties bij labo’s worden besproken
  • voeronderzoek chemisch, weenderanalyse, botanische samenstelling, pin pointsonderzoek op Clostridium
Ingestelde therapie:
 

Na deze uitgebreide anamnese worden de computer uitdraaien van het technisch en economisch managementprogramma bekeken. Omdat de slachterij slechts elke twee weken wil komen is het belangrijk de kooien optimaal te benutten en dit kan alleen door het werken in groepen met een juiste planning van de dekkingen.

 
Vergeleken worden de bedrijfsgegevens met de kengetallen van de vorige periode en van dezelfde periode in het jaar daarvoor.
Ook worden de cijfers van het bedrijf vergeleken met gemiddelde van alle deelnemende bedrijven (Technische Economische AdministratieTEA)
 
Kengetallen:
GAV = Gemiddeld Aanwezige Voedster (Dit is een voedster vanaf de eerste dekking tot moment van verlaten levend of dood van het bedrijf)
  Gemiddelde cijfers van 1999 van 23 bedrijven
Gemiddeld aanwezige voedsters 408
Aantal worpen per 100 dekkingen 73,4
Aantal worpen per GAV 7,2
Levend geboren per worp 8,4
Levend geboren per GAV 61,2
Aantal gespeende jongen per GAV 52,4
Speenleeftijd (dagen) 30
Speengewicht (grammen) 732
% vervanging GAV 160
% uitval voedsters per worp 5,9
% uitval voor het spenen 13,9
% uitval na het spenen 8,1
verkochte vleeskonijnen per GAV 46,8
eindgewicht vleeskonijn (grammen) 2544
kg verkocht vleeskonijn per GAV 120,3
kg verkocht konijn per GAV 123,8
aantal mestdagen 49
leeftijd vleeskonijn bij verkoop 79
groei per vleeskonijn per dag 40,2
kg voeder per kg verkocht konijn 3,73
opbrengst minus voerkosten per GAV   244 NLG
 
Bedrijfsproductiegetal
Aan de hand van al deze gegevens wordt een bedrijfsplan opgesteld.
Allereerst worden nog een aantal zieke dieren naar een van onderstaande laboratoria voor uitgebreider onderzoek (histologie, bloedonderzoek op antilichamen tegen allerlei konijnenziekten (Tyzzer, RHD, myxomatose))
 
  • het laboratorium van de praktizerende dierenarts (eerste lijn)
  • de gezondheidsdienst voor dieren (tweede lijn)
  • Faculteit der diergeneeskunde (derde lijn)
  • Laboratorium voor Dierziekte bestrijding (tweede lijn)
  • CODA te Brussel (tweede en derde lijn)
  • IDDLO te Lelystad (derde lijn)

Ook worden de adviezen van de veevoeder voorlichter en de voorlichter van de Dienst Landbouw Voorlichting (DLV) geïncorporeerd in het advies van de dierenarts. Indien nodig worden alle dieren behandeld tegen de aanwezige ziekteverwekkers. Er wordt een koppelkaart ingevuld bij de vleeskonijnen na behandeling en de wachttijden worden besproken .Een preventief entschema wordt besproken. De dierenarts blijft daarna elke twee weken op het bedrijf komen om alle entingen uit te voeren. Daarnaast gaat de dierenarts samen met de veevoedervoorlichter de adviezen op papier zetten om zo samen een beter en gezonder bedrijfsresultaat te verkrijgen .

Vaak zijn meerdere ziekteverwekkers op een bedrijf de oorzaak van de gedaalde technische resultaten. Verder wordt samen met de bedrijfsvoorlichter van de voerfabriek gesproken over de aan- of afwezigheid van een coccidiostaticum (Lerbec, Sacox of Robenidine) in het voer, rantsoenering van de gespeende konijnen en vooral de opfokvoedsters, aparte voedering van de produktierammen. Een entschema wordt opgezet tegen de ziekten Pasteurella, Rabbit Haemoragic Disease en Myxomatose. Ook aanpak van wormen en oorschurft en ziekte van Tyzzer dient in een schema vastgezet te worden. Alle op- en aanmerkingen, adviezen, behandelingen, etc. worden schriftelijk vastgelegd, waarvan de konijnenhouder en de bedrijfsvoorlichter een afschrift ontvangen.

Een nieuwe afspraak wordt gemaakt voor een volgend bedrijfsbezoek.
 
Eindconclusie

Op dit moment is de gespecialiseerde diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding al uitgebreid met meerdere dierenartsen geïnteresseerd voor konijnen. Ook de Nederlandse Organisatie Konijnenhouders houdt via een commissie gezondheidszorg intensiever contact met deze groep dierenartsen in samenspraak met de gezondheidsdienst en de faculteit der diergeneeskunde. Bij ziekte uitbraken op meerdere bedrijven wordt een mailing samen met de NOK opgesteld en verstuurd aan alle leden van de Nederlandse Organisatie Konijnenhouders. Door meer bedrijfsbezoeken, de opzet van erkende KI stations, nieuwe wetenschappelijke informatie en praktische ervaringen zullen de technische getallen en daarmee de dierziektebestrijding in een fase komen, zoals ons bekend is in de bedrijfsmatige pluimvee- en varkenshouderij.

Ook door verbouwing, waarbij voedsters in  grotere kooien komen, en de vleeskonijnen in  groepshuisvesting wordt voldaan aan de eisen van welzijn van de konijnen. Voor het nieuwste systeem namelijk het VVS (Voedster Verplaatsing Systeem), waarbij voedsters verplaatst worden en geen wachtkooien meer noodzakelijk zijn, is in 1999 subsidie verleend door de Nederlandse overheid om zo tot een efficiëntere, welzijnsvriendelijkere productie van konijnen te komen zonder teveel inzet van medicijnen.

De endemisch variabele incidentie van meerdere ziekteverwekkers in een bedrijf beïnvloeden  zeer sterk de wisselwerking tussen het dier, de ziekteverwekkers en de omgeving, waardoor technische resultaten niet voorspelbaar worden. Bedrijfsblindheid kan deze incidentie sterk vergroten. Door regelmatige bezoeken van een  gespecialiseerde dierenarts kan elk individueel bedrijf zijn technische cijfers sterk verbeteren en de blindheid voorkomen. De Integrale Keten Begeleiding in de konijnenhouderij heeft zijn intrede gedaan en zal verder leiden tot tracering van een veilig en gezond kwaliteitsprodukt voor de consument met eisen ten aanzien van ethiek en welzijn.

 
De 21e eeuw kan beginnen. De Nederlandse Konijnen Houders en de dierenARTS zijn er klaar voor.
November 1999.De dierenARTS.
DierenArts konijnen
 
e-mail: dierenARTS
Top Pagina